Bij de aanvang van
de aanleg van Maasvlakte-2 wordt de Yangtzehaven verruimd, daar dit de
hoofdtoegang tot dit gebied wordt. Dit toegangskanaal wordt op een diepte
van -20 meter NAP gebracht. Het uitkomende sediment wordt aan de zeezijde
opgespoten als basis voor het nieuwe haventerrein. Het profiel doorsnijdt
een Holoceen pakket met kleilagen en veel verspoeld veen. Op de foto
(rechterpagina, boven) is de vloedlijn te zien, met tussen de veenbrokken
de lichtergekleurde stukken tuf. In de laatste fase van uitdieping
verscheen plotseling een grote hoeveelheid tuf in de vloedlijn. Tuf is
gecompacteerde vulkanische as.
Tijdens het uitdiepen van de grootschalige baggerbergings-locatie een
viertal kilometers zuidelijker trof ik in het uitkomende sediment nogal
wat puimsteen aan. Dit was in de jaren 80, hiervan heb ik helaas geen
monster bewaard.
Vulkanische activiteit in het pre-Rijnmondgebied, waar komt dit spul
vandaan?

Vloedlijn met veenbrokken en turf
12.000 jaar geleden was het landschap totaal anders dan
nu. De Noordzee lag grotendeels droog, het was mogelijk te voet Engeland
te bereiken. Het landschap hier was een toendra, in de warmere perioden
met gras- en kruidenvegetatie. Toen barstte er een vulkaan uit, een
kilometer of 20 ten noorden van waar nu Koblenz ligt, dit heet nu het
Laacher See-complex. De laatste vulkanische activiteit hier dichtbij in
het Eifelgebied, waar tijdens het Pleistoceen veel erupties plaatsgevonden
hebben. De omvang van deze explosieve centraaleruptie is vergelijkbaar met
die van de Pina Tubo op de Filippijnen begin jaren 90. Het omliggende
gebied werd door een dikke laag tephra bedekt, de verzamelnaam voor
vulkanische producten.
Veel van dit materiaal is heden ten dage voor de bouw interessant: tras,
gemalen tuf is zeer geschikt als specie voor waterdicht metselwerk. Bims,
puimsteenkorrels tot een centimeter, dit wordt gebruikt als vulling voor
lichtgewicht betonsteen. Dit materiaal wordt heden ten dage op grote
schaal gewonnen voor de bouwnijverheid. Interessant om te weten dat de
Boomse klei in Kruibeke momenteel gebruikt wordt om een granulaat te maken
dat veel op deze bims lijkt.
De puin- en lavastromen damden op twee plaatsen het stroomdal van de Rijn
af, hierin was op dat moment aardig wat smeltwaterafvoer vanwege de
warmere interstadiaalperiode van het Allerød. In korte tijd ontstond een
stuwmeer met inhoud van bijna een kubieke kilometer water, bedekt door een
mat van puimsteen, dat drijft. Betrekkelijk snel is deze blokkade
doorgebroken en een enorme vloedgolf is door het stroomgebied van de Rijn
getrokken. Dit was niet alleen water maar een dikke brij van sediment,
stenen en vegetatieresten.
Op de plaats van de huidige Maasvlakte was een grote inzinking in de
bodem, de zogenaamde Trog van Voorne. In dit vlakke gebied waar de
rivieren in een grote delta konden uitwaaieren kon het meegevoerde
lichtere sediment neerslaan, het puimsteen aan de oevers, de iets
zwaardere tuf op de ondiepe bodem, om in de direct daarop volgende laatste
koude periode, het Jonge Dryas, bedekt te worden door het spaarzaam
aangevoerde sediment.
In de welbekende boring van Leen Hordijk zijn tussen de 18 en 20 meter
diepte eveneens enkele stukjes puimsteen aangetroffen, evenals in enkele
andere boringen in het westen van Nederland.
In Duitsland is veel onderzoek gedaan naar de resten van deze tot nog toe
laatste vulkaanuitbarsting in onze omgeving. Onder de asbedekking zijn de
geconserveerde resten aangetroffen van een veertigtal gewervelde dieren en
zeer veel vegetatieresten. Het landschap is vergelijkbaar met wat nu taiga
heet.
Tot nog toe zijn in het Rijndal tot 50 kilometer stroomafwaarts
vulkanische sedimenten waargenomen die door de vloedgolf afgezet zijn. Met
deze opmerkelijke vondst op de Maasvlakte van een grote hoeveelheid van
dit materiaal is dit uitgebreid tot 375 kilometer van het brongebied.

Cappadocië
Vergeleken met vroegere vulkaanuitbarstingen is deze
imposante eruptie eigenlijk maar een ‘plof’, de maximale asbedekking is nu
nog 10 meter. In het Oligoceen is er in het centrale deel van Klein-Azië
vulkaanactiviteit geweest die honderden meters tuf heeft afgezet. In
Cappadocië is dit nog steeds te bewonderen. Hele dorpen zijn terug te
vinden in uitgegraven tufgangen. Nog steeds wonen er mensen in dit soort
holwoningen.
Tijdens het Eoceen waren er actieve vulkanen in het Skagerrak. De eilanden
Mors en Fur in de Limfjord getuigen hiervan door tientallen meters hoge
kliffen van tuf, die door glaciale stuwing zijn vervormd (zie foto van
Rødklint op Fur), op de achtergrond Arie Janssen als maatstaf). Ook nog
een plaatje van een vis, geconserveerd voor de eeuwigheid in deze
gloeiende as.

Rødklint op Fur

Vis, geconserveerd voor de eeuwigheid in deze
gloeiende as.
Met dank aan Tom Meijer en Wim Hoek, Marc Hijma en Kim
Cohen van de Universiteit Utrecht voor de inlichtingen over deze voor een
fossielenman buitendisciplinare zaken.