Bivalven (4)

Omzwervingen van een oecene zuiderbuur
Afzettingen WTKG 30, 2009 (3), 69
Werner J.M. Peters en Frank P. Wesselingh

Deze opmerkelijke vondst is mogelijk het minst mooi geconserveerde fossiel uit de hele reeks ‘Opmerkelijke vondsten’. Veel gaatjes, enkele groeven, je moet goed kijken om te kunnen zien dat het om een Venericor planicosta gaat. Onze zwinkokkel. De groeven blijken het zeer karakteristieke slot van de soort te vertegenwoordigen. Een zeer aangeboord en versleten fragment van vijf centimeter breed. Net zoals de zwinkokkel fragmenten die we laten liggen als we op het strand bij Cadzand-Bad rondlopen. En zoals we ze ook wel kennen uit Eoceen afzettingen van West-Vlaanderen.


Het versleten fragment van Venericor planicosta
(klik op de afbeelding voor een groter formaat).

Echter, deze zwinkokkel komt niet van Cadzand, maar uit de grindzuigerij nabij Balgoy (W.J.M. Peters en F.P. Wesselingh, 2009). Gevonden aan de Maas ten zuiden van Wijchen in Gelderland. Tussen een soortenrijke en goed geconserveerde pliocene schelpenfauna lag daar dit onooglijke fragment. Wat doet deze zwinkokkel juist daar?
Ook al weten we niet zeker uit welke laag de vondst komt, we vermoeden dat het gaat om een soort die uit kwartaire riviergrinden afkomstig is die ter plaatse boven de pliocene afzettingen liggen. In de omgeving van Nijmegen zijn bijvoorbeeld grinden bekend waarin omgewerkte fossielen uit Plioceen, Mioceen en Oligoceen voorkomen (Lippe, 1999). De betreffende fossielen zijn in de omgeving omgewerkt of afkomstig uit het Duitse achterland. Maar juist daar zijn ons geen eocene afzettingen bekend met Venericor. Ook kennen we dergelijke afzettingen niet uit het huidige stroomgebied van de Maas.
Recent werk aan de kwartaire geschiedenis van de Zuid-Nederlandse rivieren waarop Wim Westerhof van TNO in februari jongstleden is gepromoveerd biedt uitkomst. In het Laat Plioceen en Vroeg Pleistoceen liep de Maas soms oostelijk van de huidige loop en voegde zich met de Rijn samen in een veel noordelijkere loop dan vandaag de dag. De omgeving van Nijmegen lag op de uiterste noordoost grens van rivieren die midden en westelijk Vlaanderen draineerden en zich ook bij het Rijn systeem voegden. Een vreemde gewaarwording, een oer-Schelde die van Antwerpen naar Nijmegen liep. Toch is dit de enige logische verklaring die wij kunnen vinden voor het voorkomen van Venericor in Balgoy. Een niet zo mooie, maar wel heel opmerkelijke vondst met een buitengewoon opmerkelijke afkomst!

Literatuur
Lippe, C.J. 1999. Neogene fossielen uit een zandzuigerij nabij Bemmel (prov. Gelderland). Afzettingen, 20 (2), p. 37.
Peters, W.J.M. en F.P. Wesselingh, 2009. Balgoy: Een nieuwe Plioceen vindplaats voor Nederland met implicaties voor de pliocene mollusken zonering van het Noordzeebekken. Afzettingen, 30 (1), pp. 12-18.
Westerhof, W. 2009. Stratigraphy and sedimentary evolution: The lower Rhine-Meuse system during the Late Pliocene and Early Pleistocene (southern North Sea Basin). Ph.D. dissertation, Vrije Universiteit Amsterdam. 168 p.