Deze
opmerkelijke vondst is mogelijk het minst mooi geconserveerde fossiel uit
de hele reeks ‘Opmerkelijke vondsten’. Veel gaatjes, enkele groeven, je
moet goed kijken om te kunnen zien dat het om een Venericor planicosta
gaat. Onze zwinkokkel. De groeven blijken het zeer karakteristieke slot
van de soort te vertegenwoordigen. Een zeer aangeboord en versleten
fragment van vijf centimeter breed. Net zoals de zwinkokkel fragmenten die
we laten liggen als we op het strand bij Cadzand-Bad rondlopen. En zoals
we ze ook wel kennen uit Eoceen afzettingen van West-Vlaanderen.

Het versleten fragment van Venericor planicosta
(klik op de afbeelding voor een groter formaat).
Echter, deze zwinkokkel komt niet van Cadzand, maar uit
de grindzuigerij nabij Balgoy (W.J.M. Peters en F.P. Wesselingh, 2009).
Gevonden aan de Maas ten zuiden van Wijchen in Gelderland. Tussen een
soortenrijke en goed geconserveerde pliocene schelpenfauna lag daar dit
onooglijke fragment. Wat doet deze zwinkokkel juist daar?
Ook al weten we niet zeker uit welke laag de vondst komt, we vermoeden dat
het gaat om een soort die uit kwartaire riviergrinden afkomstig is die ter
plaatse boven de pliocene afzettingen liggen. In de omgeving van Nijmegen
zijn bijvoorbeeld grinden bekend waarin omgewerkte fossielen uit Plioceen,
Mioceen en Oligoceen voorkomen (Lippe, 1999). De betreffende fossielen
zijn in de omgeving omgewerkt of afkomstig uit het Duitse achterland. Maar
juist daar zijn ons geen eocene afzettingen bekend met Venericor. Ook
kennen we dergelijke afzettingen niet uit het huidige stroomgebied van de
Maas.
Recent werk aan de kwartaire geschiedenis van de Zuid-Nederlandse rivieren
waarop Wim Westerhof van TNO in februari jongstleden is gepromoveerd biedt
uitkomst. In het Laat Plioceen en Vroeg Pleistoceen liep de Maas soms
oostelijk van de huidige loop en voegde zich met de Rijn samen in een veel
noordelijkere loop dan vandaag de dag. De omgeving van Nijmegen lag op de
uiterste noordoost grens van rivieren die midden en westelijk Vlaanderen
draineerden en zich ook bij het Rijn systeem voegden. Een vreemde
gewaarwording, een oer-Schelde die van Antwerpen naar Nijmegen liep. Toch
is dit de enige logische verklaring die wij kunnen vinden voor het
voorkomen van Venericor in Balgoy. Een niet zo mooie, maar wel heel
opmerkelijke vondst met een buitengewoon opmerkelijke afkomst!
Literatuur
Lippe, C.J. 1999. Neogene fossielen uit een
zandzuigerij nabij Bemmel (prov. Gelderland). Afzettingen, 20 (2), p. 37.
Peters, W.J.M. en F.P. Wesselingh, 2009. Balgoy: Een nieuwe
Plioceen vindplaats voor Nederland met implicaties voor de pliocene
mollusken zonering van het Noordzeebekken. Afzettingen, 30 (1), pp. 12-18.
Westerhof, W. 2009. Stratigraphy and sedimentary evolution: The
lower Rhine-Meuse system during the Late Pliocene and Early Pleistocene (southern
North Sea Basin). Ph.D. dissertation, Vrije Universiteit Amsterdam. 168 p.