
1: De parel uit Luceana bij Bonares, Spanje (Coll. Henk
Mulder)
2 Gebroken en gelijmde parel uit Miste (Coll. Sylvia Verschueren)
3 Parel uit Mist (Coll. Martin Cadée)
4 Door Sylvia Verschueren uitgepikte parel uit Mistegruis (Coll. Henk
Mulder)
Jaren geleden deed ik tijdens een cursus mee met een
optimaliserings opdracht voor twee fabrieken die allebei sinaasappels als
grondstof hadden. Er was meer vraag naar sinaasappels dan aanbod er van.
We hadden veel gegevens en we lieten er ingewikkelde berekeningen op los.
Na afloop bleek dat we met zijn allen dom bezig waren geweest. Niemand van
ons had zich gerealiseerd dat die fabrieken helemaal niet hoefden te
concurreren. Ze konden perfect, tot ieders voordeel, samenwerken: de ene
fabriek gebruikte de schil van de sinaasappel om er medicijnen van te
maken, de andere fabriek had alleen belangstelling voor het vruchtvlees.
Wat hebben die sinaasappels, zal de oplettende lezer zich afvragen, met
fossielen te maken? Alles. Sylvia Verschueren en ik verzamelen allebei
fanatiek fossielen. Maar we verzamelen niet dezelfde fossielen: Sylvia
doet aan foraminiferen en tanden van kraakbeenvissen zoals haaien en
roggen; ik ben vooral in schelpen geïnteresseerd. Daarom nam ik onlangs
een bananendoos met bakken Miste-gruis voor haar mee. Sylvia pikt daar, in
de dubbele betekenis van het woord, de tanden en forams uit; de schelpen
houdt ze voor mij apart.
De parelcorrespondentie
Een paar weken terug kreeg ik een mailtje van haar: “Ik ben nog steeds
bezig me door jouw Miste-gruis heen te werken. Daar kwam ik een pareltje
in tegen. Pareltje mag je in dit geval letterlijk nemen. Het dingetje
heeft ongeveer een doorsnede van 2,6 mm. Zal ik het bij de schelpen doen
die te zijner tijd jouw kant uit gaan?”
Ik mailde terug:
“Erg leuk. Ik zie er naar uit. Ik heb ook al een fossiel pareltje uit
Lucena bij Bonares in Spanje, waarvan ik mij pas realiseerde dat het een
pareltje was nadat ik daarover een artikeltje had gelezen. (Dat artikel
heb ik teruggevonden in een Kreukel. Omdat het niet digitaal beschikbaar
was, heb ik het voor Afzettingen overgetikt -zie pagina 26- onder het
motto: vraag niet wat de WTKG voor jou kan doen, maar wat jij voor de WTKG
kunt betekenen). Misschien kunnen we hier wel een Opmerkelijke Vondst voor
Afzettingen van maken.”
Bovendien stuurde ik een berichtje naar Arie Janssen op Malta:
“Arie, ik heb geen idee of pareltjes (in de letterlijke betekenis van
het woord; figuurlijk zit het er natuurlijk vol mee) in Miste-materiaal
bijzonder zijn. In jouw Miste-bijbel kan ik er zo gauw niets over vinden.
Kun jij hier iets over zeggen?
P.S. Stel dat dit pareltje gepromoveerd wordt tot ‘Opmerkelijke Vondst’ in
Afzettingen, mogen wij dan jouw antwoord gebruiken?”
En per omgaande kwam het antwoord:
“Ja, een pareltje is altijd leuk, zo vaak vind je die niet. Ik heb er
zelf in de loop der jaren weldegelijk enkele gevonden, al weet ik zo gauw
niet meer uit m’n blote hoofd van welke vindplaatsen en ook niet of Miste
daarbij was. Ik zou dat in de collectie moeten nazien. Je vindt pareltjes
in twee vormen, namelijk het bekende parelmoerachtige type, met de
karakteristieke glans, maar ook ‘balletjes’ die duidelijk niet uit
parelmoer opgebouwd zijn, maar uit de ‘normale’, niet glanzende vorm van
aragoniet. Deze laatste zijn uiteraard alleen aan de vorm te herkennen. De
glanzende pareltjes komen niet, zoals je ten onrechte altijd hoort, uit
‘oesters’ (die zijn namelijk niet parelmoerachtig) maar uit tweekleppigen
die dat wel zijn, in de meeste gevallen zal dat in het Mioceen van het
Noordzeebekken dus wel Atrina zijn. Ook van recente Atrina’s zijn parels
bekend, inderdaad. Overigens komt in Miste, zij het uitermate zeldzaam (ik
weet van één defecte klep in de coll. van Ben Roest; de soort is algemener
in de Zanden van Antwerpen) een ‘echte pareloester’ voor, namelijk
Pinctada phalaenacea.
Als je trouwens wel eens mosselen eet, dan ken je wel het bekende
tandenknarsen op zandkorreltjes (zoals men altijd zegt). Dat zijn echter
vrijwel altijd minieme pareltjes. In de Zeeuwse Slabbercollectie bevond
zich een buisje vol met die dingen, bijna allemaal blauwachtig zwart van
kleur en grotendeels verzameld tijdens de hongerwinter 1944/45. Ze zijn
dus feitelijk helemaal niet zeldzaam, maar worden heel weinig
gevonden/herkend.”
En het laatste bericht komt weer van Sylvia:
“Bij deze de plaatjes. De zwart-witjes zijn voor de Afzettingen. De
kleurenversies zijn voor je eigen ‘foto-archief’ en zijn al helemaal
voorbewerkt om op de webstek te zetten als de bijzondere vondst in
Afzettingen heeft gestaan. Nog een beetje info: De doorsnede varieert van
circa 2,6 tot 2,9 mm. Ook op de foto’s is goed te zien dat het dingetje
niet precies rond is. Zeker op foto-2 (was oude foto hiermaast, red.) kun
je dit goed zien. Succes bij het schrijven.”
Inmiddels bleek Sylvia een tijd geleden in eigen Miste-gruis ook al een
pareltje gevonden te hebben; helaas brak dat in tweeën en moest gelijmd
worden. Ook onze penningmeester -heb je die al verblijd met de contributie
2009?- bleek een Miste-parel in zijn bezit te hebben.
Bovendien kwam van Arie Janssen de suggestie: “Heb je iemand bij je in
de buurt die over een echt sterke microscoop beschikt? Zo meer dan 200x of
zo? Dan zou het leuk zijn om even met zekerheid vast te stellen dat het
een parel is. Bij dergelijke vergroting moet je namelijk op het oppervlak
de dunne parelmoerlaagjes kunnen zien, die dan een patroon vormen wat
lijkt op de hoogtelijnen van een kaart.”
Toeval of niet, terwijl Arie dit bericht stuurde, werd bij zijn opvolger
bij Naturalis, onze toen bijna-doctor Frank Wesselingh, een gloednieuwe
microscoop, Leica M165C, geïnstalleerd. Dus gingen alle pareltjes naar
Naturalis, waar ze op de foto mochten. Op onze site zijn de pareltjes in
kleur te bewonderen. In deze Afzettingen staan ze in zwart/wit; bij één
van de foto’s staat een millimeterschaal.
De foto’s werden ook naar Malta gemaild. Van dit eiland kwam nog een
boeiende suggestie: “Ik heb de parelfotootjes bekeken, maar zie er niet
op wat ik zou willen zien. Denkelijk moet je veel verder vergroten. Als
die dingetjes nog bij Frank zijn, dan moet je hem eens vragen ze te showen
aan Hanco Zwaan. Hanco is de ‘baas’ van SNIWOEP (Stichting Nederlands
Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek van Edelstenen en Paarlen). Hij
heeft de apparatuur daar en kan het zonder meer definitief zeggen.”
Wie weet, komt er dus nog een ‘wordt vervolgd’ op bovenstaand verhaal.
Ook parels gevonden? Laat het weten!
Ten slotte: laat mij even weten als er meer pareltjes uit Miste zijn
gevonden. Wie weet, leveren die gegevens weer stof voor een volgend
artikel in ons aller Afzettingen.
PARELFERNALIA
Henk Mulder en de
redactie van Afzettingen
Parel haalt de krant!
Ten slotte: als je een gebroken been hebt, zie je ineens veel mensen met
een gebroken been. En als je een nieuwe auto hebt, zie je dat type ineens
overal rijden. Met parels is het al niet anders. In onze Monsterse Courant
staat elke week een tegelwijsheid. Deze week is dat: “Het is irritatie in
de oester die de parel maakt” (maar dan zonder parelmoer lezen we in Arie Janssens mail in dit artikel!).
Parel Maxima
En in de Schatkamer Naturalis was nu een reuzenparel te bewonderen: Parel
Maxima, een van de grootste parels ter wereld. Met een gewicht van 2385
grein (119,25 gram) en een hoogte van 71 millimeter is Parel Maxima een
reuzenparel. Dit soort parels wordt zelden publiekelijk getoond. Parel
Maxima is al 140 jaar in Nederland en werd tot nu toe slechts één keer
eerder tentoongesteld. In de tentoonstelling wordt de parel vanuit twee
verschillende invalshoeken
belicht: een kunsthistorische en een
wetenschappelijke. Wat is het verband tussen de parel en het schilderij De
geboorte van Venus van Botticelli? En hoe krijgt een parel vorm?
Parel Maxima wordt gedragen op een gouden voet, ingelegd met lak en
edelstenen en is niet rond zoals gewone parels, maar heeft een
onregelmatige, bizarre vorm. De kleur van de parel varieert van roomwit
tot goudkleurig, met de kenmerkende zachte glans, die parels zo geliefd
maakt bij een groot publiek.
De eerst bekende eigenaar van de parel was de Poolse reder Plonsky uit
Danzig (het huidige Gdansk). Hij heeft de parel rond 1865 verkocht aan
koning Victor Emmanuel II van Italië. De Amsterdamse edelsmid en juwelier
Willem van Kooten kocht de parel rond 1868. De huidige eigenaar kocht de
parel van diens erfgenamen. De parel is dus al 140 jaar in Nederland. De
parel zelf is mogelijk al eeuwenoud.
Kidnapgevaar
redactie van Afzettingen
Inderdaad Henk, dat
is waar van die gipsbenen. Ook André, gegrepen door de parelmanie, vond
een krantenartikel, in het Noordhollands-Dagblad van 19 februari 2009:
“Kidnapgevaar, Zeeslak ook parelmaker.” Waarin men kan lezen dat
parelmaker Melo melo woonachtig te Sealife onder bewaking staat. Of Melo
al een parel ‘gelegd’ heeft, is mij niet bekend, maar net zoals je de kip
met de gouden eieren niet slacht, is Sealife ook uiterst zuinig met z’n
‘kippetje.’
Overigens, even tussen ons, de ‘parels’ van Melo zijn niet van
topkwaliteit, hier komt geen parelmoer aan te pas. Dat is wel even anders
dan die van Henk, Sylvia, Martin en André. Dus: is de beveiliging al
geregeld?