|
In juni heb ik samen met Henk Mulder een week in de
groeve van St. Martin-d’Oney gezocht (lees gewerkt). Deze enorme steengroeve
ligt in Zuid-Aquitaine en is een interessante vindplaats voor fossielen uit
het Mioceen Aquitanien. Incidenteel zijn fossielhoudende lagen ontsloten die
een rijke goedbewaarde molluskenfauna bevatten. Meestal betreft het
koraalriffen of restanten van riffen, koraalzand en stenen. Visresten zoals
haaien- en roggentanden zijn in deze groeve relatief zeldzaam, vergeleken
met andere miocene Aquitaine vindplaatsen. Het was daarom een verrassing
deze grote, uitstekend bewaarde tand te vinden. De tand is in situ gevonden,
duidelijk fossiel en beslist niet afkomstig uit holocene dekzanden en
afzettingen. In eerste instantie wordt de relatie gelegd met een zeehond of
zeekoe. Die zijn in subtropische gebieden niet algemeen en hebben een ander
gebit. De tand is hoogstwaarschijnlijk afkomstig van een Maanvis. In de
eocene afzettingen van Balegem en strandvondsten van het Zwin zijn
maanvistanden bekend. Deze zijn echter kleiner en hebben een andere
breedte/hoogte verhouding. Kenmerkend is het snijvlak, dat bij deze tand
scheef is afgesleten. Wie kan mij helpen deze tand op naam te brengen?
Reacties graag naar Stef
Mermuys.
|