Ze
zijn er weer! Na afsluiting van het Haringvliet zijn er in de Biesbosch
bevers uitgezet, afkomstig van een populatie uit het vroegere
Oost-Duitsland. Volgens waarnemers gedijen deze beestjes er redelijk.
Heel anders was dat vroeger, hiermee bedoel ik Nederland in het
Pleistoceen tijdperk. Kennelijk was het in de kustmoerassen een eldorado
voor deze dieren, getuige vondsten van fossiel materiaal van deze soort.
Een fraai stuk onderkaak van Castor fiber is op de Maasvlakte verzameld
door Cor van Schaik, Brielle. Er zijn nog 4 gave kiezen aanwezig, helaas
is de lange snijtand afgebroken, deze is zeker wel 6 centimeter langer
geweest. Hiermee knabbelde dit dier in een halfuurtje een flinke boom
omver.

Het zand waaruit de vondst afkomstig is komt uit de
grootschalige baggerberging. Deze is tot de kleilaag op 28 meter diep
uitgegraven en het grove zand vlak boven de kleilaag is gebruikt om het
strand aldaar aan te leggen. Dit materiaal bevat veel grind en fossiele
schelpen, hoofdzakelijk afkomstig uit de (verspoelde) Eemafzetting. Het is
dus een getuige van een equivalent van de Eemien-Biesbosch.
In eerste instantie, mede gezien de afmeting van het stuk (10 cm) dachten
we te maken te hebben met de grote veel oudere Tiglien bever, Trogotherium
cuvieri. Dank zij deskundige determinatie van John de Vos (Naturalis) is
de juiste naam erbij vastgesteld.
Er zijn duidelijke verschillen tussen beide soorten. Een goede afbeelding
van de Trogotherium is te vinden in het nieuw uitgekomen boekwerk over de
Noordzeebodemvondsten: Kleine encyclopedie van het leven in het
Pleistoceen..