Vertebraten (8)

Bever
Afzettingen WTKG 29, 2008 (2), 42;
Anton Janse

Ze zijn er weer! Na afsluiting van het Haringvliet zijn er in de Biesbosch bevers uitgezet, afkomstig van een populatie uit het vroegere Oost-Duitsland. Volgens waarnemers gedijen deze beestjes er redelijk.
Heel anders was dat vroeger, hiermee bedoel ik Nederland in het Pleistoceen tijdperk. Kennelijk was het in de kustmoerassen een eldorado voor deze dieren, getuige vondsten van fossiel materiaal van deze soort.
Een fraai stuk onderkaak van Castor fiber is op de Maasvlakte verzameld door Cor van Schaik, Brielle. Er zijn nog 4 gave kiezen aanwezig, helaas is de lange snijtand afgebroken, deze is zeker wel 6 centimeter langer geweest. Hiermee knabbelde dit dier in een halfuurtje een flinke boom omver.

Het zand waaruit de vondst afkomstig is komt uit de grootschalige baggerberging. Deze is tot de kleilaag op 28 meter diep uitgegraven en het grove zand vlak boven de kleilaag is gebruikt om het strand aldaar aan te leggen. Dit materiaal bevat veel grind en fossiele schelpen, hoofdzakelijk afkomstig uit de (verspoelde) Eemafzetting. Het is dus een getuige van een equivalent van de Eemien-Biesbosch.

In eerste instantie, mede gezien de afmeting van het stuk (10 cm) dachten we te maken te hebben met de grote veel oudere Tiglien bever, Trogotherium cuvieri. Dank zij deskundige determinatie van John de Vos (Naturalis) is de juiste naam erbij vastgesteld.
Er zijn duidelijke verschillen tussen beide soorten. Een goede afbeelding van de Trogotherium is te vinden in het nieuw uitgekomen boekwerk over de Noordzeebodemvondsten: Kleine encyclopedie van het leven in het Pleistoceen..