Vertebraten (2)

Een curieus bot uit Ekeren
Afzettingen WTKG 26, 2005 (1), 8;
W. van der Brugghen

Op één van de storthopen in de buurt van Ekeren (Antwerpen) vond ik in 1982 een bot met een apart uiterlijk (zie afbeeldingen hieronder). De storthoop bestond uit bijna zwart zand met glauconiet. Ouderdom zou Mioceen kunnen zijn, maar dat is met materiaal dat van elders afkomstig is niet met zekerheid vast te stellen. De gedeponeerde zanden kwamen uit graafwerkzaamheden ten behoeve van een aan te leggen metrolijn in Antwerpen, werd mij verteld.

   

Klik voor een grotere afbeelding op de foto's (ong. 120 kB)

Ik ben er tot op heden niet achter gekomen aan welk dier dit bot ooit heeft toebehoord en waar de positie in het lichaam geweest zou kunnen zijn.
Het is geen bulla (gehoorbeen van een zeezoogdier) of een rotsbeen (ook een onderdeel van het gehoor) van dezelfde groep. Vergelijk ik de botstructuur met de vele visresten die ik in de jaren tachtig in het Antwerpse gebied heb verzameld dan zou het stuk van een grote beenvis afkomstig kunnen zijn.
Ik heb een afgerond driehoekige onder-of bovenkaak van Mola mola (de maanvis) uit het postmiocene basisgrind dat destijds regelmatig ontsloten lag onder in de bouwput van de 4e Havendokwerken. De structuur van het been vertoont overeenkomsten. Ik heb daarom mijn vondst vergeleken met de afbeeldingen van maanvisonderdelen in het boek ‘Les Poissons Néogènes de la Belgique’ van Leriche (1926). De maanvis heeft vele benige huidplaten, maar geen van de afbeeldingen in Leriche lijkt ook maar enigszins op mijn fossiel.
Wat zijn dan de andere mogelijkheden? Het zou een onderdeel kunnen zijn van de ‘schouderstreek’ van een grote beenvis. Het Natural History Museum in Londen heeft één van de grootste collecties recente- en fossiele visskeletten ter wereld. Eigenlijk een ideale plek om mijn raadselachtige vondst  te vergelijken. Eind jaren tachtig heb ik dat museum een paar keer bezocht om mijn pliocene vogelbotjes voor onderzoek af te staan en foto’s te nemen van een aantal fossiele vissen uit het Siluur. Helaas is het echter nooit bij mij opgekomen om het fossiel uit Ekeren, ter vergelijking, mee te nemen.
Nog een mogelijkheid is dat het om kwaadaardig beenweefsel gaat. Er zijn namelijk aan beide zijden van het stuk geen groeilijnen waar te nemen. Ik zou het tenminste voor een deel moeten doorzagen om na te gaan of er misschien inwendig wel groeilijnen te zien zijn. Een x-ray opname zou deze structuren waarschijnlijk ook kunnen aantonen.
Tenslotte kom ik bij de ‘hyperostoces’ (abnormale beengroei) in beenvissen terecht. Deze objecten worden ook Tilly Bones genoemd naar Tilly Edinger die uitgebreid aan deze vergroeiingen heeft gewerkt. Deze hyperostoces kunnen op verschillende plaatsen van het lichaam tot ontwikkeling komen zoals: op de kop, of er vlak achter en als uitgroeisels van de wervels. Ze vertonen geen sporen van spieraanhechtingen en dienen geen duidelijke functie. Bij sommige vissen bestaan de vergroeiingen uit zeer compact beenweefsel en bij andere uit licht sponsachtig been. Hoe deze vergroeiingen zijn ontstaan schijnt niet duidelijk te zijn. Enige vermoedelijke oorzaken die ik in de literatuur ben tegengekomen zijn: ziekte, vervuiling van het water en genetische achtergronden. De Tilly Bones worden, voor zover bekend, alleen bij zoutwatervissen aangetroffen.
Zeldzaam zijn ze niet. Ik ben ze vrij regelmatig op het terrein van de 4e Havendokwerken tegengekomen. Het ging vooral om wat in de literatuur staat aangegeven als ‘fruit-shaped hyperostoses’ (vruchtvormig). Het zijn ovale, ongeveer 2 à 3 cm lange, objecten. Een zijde is licht convex. De andere zijde is convexer en heeft een glanzend oppervlak. De licht convexe zijde toont een fijne compacte botstructuur met groeilijnen. Ook heb ik twee ovale vrij platte stukjes bot gevonden met daartussen een verbindingsstukje. Deze hyperostoses worden vanwege hun gelijkenis butterfly bones (vlinderbeentjes) genoemd. Maar iets dat lijkt op het fossiel uit Ekeren ben ik niet meer tegengekomen. Heeft iemand een suggestie, dan verneem ik die graag.

LITERATUUR
Hewitt, R.A. 1983. Teleost hyperostoses: a case of Miocene problematica from Tunesia - Tertiairy Research 5 (2).
Leriche, M. 1926. Les Poissons Néogènes de la Belgique - Verhandelingen van het Koninklijk Museum van Natuurlijke Historie van België, Nr 32.
Konnerth, A. 1966. Tilly Bones - Oceanus 12 (2).