
Of ik interesse had om een partijtje schelpen uit de Westerschelde na te
kijken en op naam te brengen. Het was hem eigenlijk om de botten te doen
geweest, maar de schelpen konden misschien ook wel wat zeggen over de
ouderdom van de botten. En daar stonden we dan op een vroege
zaterdagochtend in juli op de kade van Hansweert, te wachten op een
viskotter die ons naar nog meer fossielen zou brengen. Klaas kwam met een
zak met schelpen van verschillende locaties uit de Westerschelde.
Wat onmiddellijk opviel was een schelp in de vorm van een grote zware
plak. Hoe heette die ook alweer? De andere schelpenspecialist ter plekke
brak zich ook het hoofd. Even later viel het muntje, het was een voor
tweederde complete klep van
Hinnites crispus (Brocchi, 1814).
De soort is door van Regteren Altena (1969: 12) al van de Westerschelde
genoemd, maar is uitermate zeldzaam. Het nieuwe stuk is in
augustus/september 2002 verzameld door Albert Hoekman aan boord van de BR
(Breskens) 7 in de Wielingen nabij Breskens of de Honte nabij Borsele. De
schelp is zwaar aangeboord door
Polydora-achtige organismen, en mogelijk door boorsponzen. De
binnenzijde was bedekt met zeepokken en mosdiertjes. De slotgroeve is mooi
bewaard gebleven. Marquet (2002) noemt de soort niet van het Belgische
Plioceen, maar Wood (1856: 19) noemt de soort wel van Engelse Midden
Pliocene Coralline Crag. Al met al een spectaculair stuk, niet uniek, maar
wel aardig!
Met dank aan Klaas Post voor het materiaal.
LITERATUUR
Marquet, R. The
Neogene Amphineura and Bivalvia (Protobranchia and Pteriomorpha) from Kallo and
Doel (Oost-Vlaanderen, Belgium). Palaeontos, 2: 1-134.
Regteren Altena, C.O. van, A. Bloklander, L.P. Pouderoyen & L. van der Slik
(1969). De fossiele schelpen van de Nederlandse stranden en zeegaten, tweede
serie, 3. Basteria 33: 11-29.
Wood, S.V. (1856). A monograph of the Crag Mollusca, with descriptions of
shells from the Upper Tertiaries of the British Isles. Palaeontographical
Society, London, 342 pp.